Witvis -en feedervissen

Vangende vulling voor de voerkorf:

Wanneer je bij het vissen met de voerkorf succesvol wilt zijn moet je je voer aan de verschillende situaties kunnen aanpassen. Het voer moet niet te snel uit de korf gespoeld worden, maar er ook niet te lang in blijven zitten omdat het te kleverig is. In stilstand water vissen we daarom met vrij droog, los voer dat snel uit elkaar valt en zo de vissen, met name voorn, lokt. In de stroming is het evenmin erg ingewikkeld. Hoe sterker de stroming, hoe fijner het voer moet zijn. Voor dat het vissen echt begint, wordt het voer dus licht bevochtigd. Daarna maak je een paar proefworpen om te controleren hoe snel het voer uit de korf verdwijnt. Is de korf binnen twee minuten leeg dan moet er iets meer water toegevoegd worden om het voer weer samen te binden zodat het minder snel oplost. Het beste is als het rond de 5 minuten duurt voordat het voer uit de korf verdwenen is. Op deze manier heeft de vis ruimschoots de tijd om het haak aas te vinden en rond deze plek te scharrelen om ook het haak aas te vinden. De vissen worden namelijk naar de korf en het haak aas gelokt door het voerspoor. Dat spoor bestaat uit deeltjes die uit de voerkorf gespoeld worden. Is het voer te klef dan worden er niet genoeg voerdeeltjes uit de korf gespoeld en worden er weinig tot geen vissen naar de voerstek gelokt.  

Twee voersamenstellingen:

Heb je na een half uur nog geen aanbeet gehad dan moet je de samenstelling van het voer veranderen. Dit doe je ook wanneer de vis goed begint te azen. Na de tweede of derde vis druk je het voer in de voerkorf nog maar heel licht aan of begin je een ander voer te gebruiken dat wat sneller uiteen valt. Daarom is het goed om, voor aanvang van de vispartij, twee soorten voer met verschillende dichtheid klaar te maken. Op die manier kun je je aan het aasgedrag van de vissen aanpassen. Bij het vissen met de voerkorf komt het erop aan om met zo weinig mogelijk voer zoveel mogelijk vis te vangen. Bij een sessie van ongeveer vier uur voer je in stromend water niet meer dan twee of drie kilo. Dat is een kleine hoeveelheid vergeleken met de klassieke hengelmethoden. Wel is het heel belangrijk dat het een hoogwaardig en voedzaam voer is zodat de vissen niet snel hun interesse zullen verliezen.  

Spons in plaats van korf:

Als de vissen heel wild aanbijten kun je de voerkorf vervangen door een maden spons, dit is een soort schuurspons met een wartel of een andere bevestigingslus. Vaak krioelt het op de voerstek van de witvis en daarom kies ik er vaak voor om met de hand enkele voerballen bij te voeren. Dit om te voorkomen dat de voerstek leeggegeten raakt en de vissen verder zwemmen. Nadat je de maden spons in de maden doos hebt gelegd kruipen de maden er uit zichzelf in zodat de spons gevuld raakt. Eenmaal in het water duurt het aanzienlijk langer voordat de maden uit het weefsel van de spons gekropen zijn. Door het geleidelijk vrijkomen van de maden blijven de vissen langer op de voerstek hangen. Omdat het even duurt voordat de maden in de gaaskorf zijn gekropen moet je ervoor zorgen dat je een of twee maden sponzen in de maden doos klaarliggen zodat deze gevuld raken terwijl de andere onder water zijn werk doet. Dit kan een uitstekende methode zijn om de vissen op de voerplek te houden. Een nadeel kan wel zijn dat de vissen aan de gaaskorf zelf gaan plukken in een poging om de maden eruit te krijgen. Het ‘”gestomp”’ van de vissen op de gaaskorf kan tot gevolg hebben dat de gevoeligste top van je feeder hengel in beweging raakt wat het waarnemen van echte aanbeten moeilijk maakt. Het gebruik van een hoek afhouder maakt het snel wisselen van de maden spons of normale voerkorven mogelijk. Bij de iets grotere uitvoeringen je liever een hoek afhouder die ligt geknikt is om te voorkomen dat je de onderlijn verward raakt tijdens het inwerpen.  

Bescherming van de knopen:

Bij een heel sterke stroming of een stenige bodem, waar de kans groot is dat je vast raakt, gebruik je een veiligheidsmontage. Als je daarmee vastraakt verlies je alleen de korf en niet de complete montage, deze ziet er als volgt uit: als verbinding tussen hoofdlijn en onderlijn gebruik ik een kleine tonwartel met een rond oog. Tussen de wartel en de hoek afhouder komt een kraal als buffer. Zonder deze kraal kun je tijdens het inwerpen met de hoek afhouder ongemerkt de knoop beschadigen en wie het weet hoe groot de vis is die je hierdoor zou kunnen verspelen! Waarschijnlijk een hele grote. Je onderlijn is 15 cm lang zodat het haak aas altijd dicht bij de korf ligt, is de vis erg voorzichtig dan kun je de onderlijn tot ruim een halve meter kiezen. De dikte van de onderlijn kies je altijd een tot twee diktes lager dan die van de hoofdlijn. Gebruik je 18/00 als hoofdlijn dan vis je met een onderlijn dikte van 16/00 of 14/00. een fijnere onderlijn levert altijd meer vis op omdat het aas natuurlijker beweegt in het water. Ook geeft een fijnere onderlijn bij een aanbeet minder weerstand en maakt zo de vissen niet wantrouwend. Een nadeel is natuurlijk dat je grotere vis sneller verspeeld doordat je met een lagere trekkracht te maken hebt. Het mooie van deze montage is dat de wartel tussen hoofdlijn en onderlijn ervoor zorgt dat bij lijnbreuk door een grote vis of bij de grote brasem of zeelten mijn doel dan komen er kort stelige haken tussen in de maten twaalf en zestien aan bod als je met een feeder hengel vist is het makkelijk om de lijn onder spanning te houden en op die manier contact met de vis te houden tijdens de dril. Dit maakt het mogelijk om met weerloze haken te vissen. Deze haken maken het vlug en netjes onthaken van de vis mogelijk. Het nadeel van een weerhaakloze haak is dat de vis makkelijk van een fout tijdens de dril kan profiteren en ontsnappen. Bij het vissen met de voerkorf heb je aan een feeder hengel van 3 tot 3,5 meter met een werpgewicht van tussen de dertig en tachtig gram voldoende om de meest uiteenlopende omstandigheden aan te kunnen. Aanpassen aan de omstandigheden is ook nog mogelijk met de verschillende verwisselbare hengeltoppen die vaak bij de hengel geleverd worden. Twee of drie verschillende toppen die in veerkracht verschillen zijn in de regel voldoende. De harde top gebruik je bij de wat ruigere omstandigheden zoals sterk stromend water, stevige wind of golfslag. De meest zachte top gebruik je bij rustige omstandigheden zoals stilstaand water en windstil weer en wanneer de vis heel voorzichtig aast.  

Hoge overbrenging:

Ten opzichte van molens moet je buiten gewoon kieskeurig zijn. Voor het vissen met de voerkorf gebruik je kleine handzame molen met een hoge overbrenging en een fijn instelbare slip. Verschillende spoelen zijn buitengewoon nuttig om bij je te hebben. In een handomdraai kun je aan de waterkant de spoelen verwisselen als je met andere lijndikte wilt gaan vissen. Als je in de rivier de Rijn gaat vissen vang je overwegend grote brasems en heb je dus een lijn nodig van 20/00. vis je echter in een kleine plas waar de vangst voor het grootste deel bestaat uit voorn dan is een lijndikte van 16/00 toereikend. De hengel wordt zo op de standaard geplaatst dat de top bijna het water raakt. De standaard steunt de hengel in het midden en het handvat hou je in de hand. Gereed om bij het kleinste tikje aan te slaan.  

Wat is eigenlik een…..?  

Voerkorf: 

Kleine korf van ijzergaas of plastic. Hulpmiddel om bij het vissen op de bodem een kleine hoeveelheid voer vlakbij het haak aas aan te bieden.

Hoek afhouder:

Klein kunststof buisje waar de lijn doorheen loopt en waar ook de korf aan bevestigd wordt. Dit voorkomt dat de lijn en korf verward raken tijdens het werpen en zorgt voor een soepele lijn doorvoer zodat de aanbeet duidelijk doorkomt.  

Veiligheidsmontage:

Montage die moet voorkomen dat bij een hanger je de complete montage kwijtraakt. Een ander voordeel is dat bij breuk van de hoofdlijn de vis niet met de voerkorf rond blijft zwemmen.

FEEDERVISSEN

Feedervissen algemeen
Witvissen is en blijft de meest populaire tak binnen de hengelsport en dat is geen wonder want witvis zwemt zo'n beetje in elke sloot, plas of rivier in Nederland. Gebruikte men vroeger enkel en alleen een vaste hengel om voorn, brasem, zeelt en ga zo maar door achter de vinnen aan te zitten dan heeft de moderne sportvisser heeft heel wat meer technieken voor handen ! Omdat je met de vaste hengel toch beperkt was in de te bevissen afstand kwam de feederhengel als geroepen. Een lange werphengel van het liefst een dikke drie meter om het aas veel verder te werpen. In het bovenste deel van de hengel kunnen verschillende toppen worden gestoken, afhankelijk van het werpgewicht en de lijndikte. De toppen die bij de hengel verkocht worden zijn vaak voorzien van een kleur. Er wordt veel met de kleuren rood, oranje en geel gewerkt. Deze kleuren staan voor een bepaalde stugheid van het topeind. Op de wat duurdere hengels staat ook vermeld welke gewichten maximaal geworpen mogen worden.

De feederhengel is, als het op witvissen aankomt, een dodelijk wapen op elk type water. Met de feederhengel valt nu eenmaal machtig veel vis te vangen, vaak meer dan met de vaste hengel of de matchhengel. Op bepaalde wateren - en die zijn er ook bij u in de buurt - zijn vangsten van vele tientallen kilo's voorn, brasem en of blei werkelijk niet uitzonderlijk en zeker niet alleen voor de specialisten weggelegd. De praktijk heeft uitgewezen dat ook beginners in de feedervisserij op goede dagen formidabele vangsten kunnen realiseren.

Nog een antwoord op de vraag "Waarom feedervissen?" vinden we in de eenvoud van deze visserij. Feedervissen is niks meer dan het vissen met een speciale werphengel (voorzien van een gevoelig topje) en een voerkorfje; de simpelheid zelve! Het moet wel heel gek lopen, willen beginners hun eerste pogingen niet meteen al beloond zien met een paar fraaie aanbeten en zelfs vissen. Zolang zij zich maar aan een paar basisregeltjes houden. Die komen later in dit verhaal aan bod.

Het feedervissen in al haar facetten is uit de moderne hengelsport gewoon niet meer weg te denken, vooral bij het wedstrijdvissen en de resultaten spreken voor zich. Het spreekt voor zich dat men voor deze techniek het juiste materiaal bij de hand moet hebben. Deze keuze wordt bepaald door het viswater, de weersomstandigheden, de visstand. Verder is het altijd een goede zaak om de dingen niet al te ingewikkeld te maken en een montage te gebruiken zonder al te veel toeters en bellen. Zorg er altijd voor dat alle elementen volledig op elkaar zijn afgestemd. 

Feeder vissen doe je met een werphengel en een voerkorfje. Dit is een korf van draad of kunststof waarmee je een portie lokvoer direct bij je haakaas op de bodem kunt brengen. Het voerkorfje zit met een zijlijn vast aan de hoofdlijn. De korf is zo bevestigd dat die kan schuiven over de lijn. Hoe zie je dat je beet hebt: Je ziet dat je beet hebt wanneer je top beweegt. Je top kan bewegen doordat je ingooit en de lijn strak draait de top staat zo ietsjes krom gespannen staat als die gaat bewegen heb je beet en haak je de vis.

Een tijdlang heeft het erop geleken, dat de Engelse methode van witvissen, die toch ook in de onze laaglanden langzamerhand begon door te sijpelen, voorbehouden zou blijven aan een handvol fanatieke hengelaars. Waarschijnlijk wordt deze vorm van visserij één van de meest populaire vormen van vissen, omdat het zo'n spectaculaire bezigheid is. Bijna elke vis is er mee te vangen, behalve de actieve en voorzichtige soorten zoals de snoek en de snoekbaars.

Voor oudere vissers met een verminderd gezichtsvermogen is feedervissen een ware uitkomst. Zij hoeven niet langer te turen naar het minieme antennepuntje van een scherp afgesteld dobbertje. Bij het feedervissen wordt helemaal geen gebruik gemaakt van een dobber. De dunne, felgekleurde en gevoelige hengeltop fungeert als beetindicator.

Materiaal verscheidenheid

Hengels die geschikt zijn voor het werpen met swimfeeders (voerkorven) noemt men logischerwijs dan ook feederhengels. De voerkorf moet bescheiden van afmeting zijn, immers het werpvermogen van onze hengels kent nu eenmaal een grens. De wat grotere voerkorven hebben in gevulde toestand (uiteraard afhankelijk van het formaat en het aangebracht extra loodgewicht) toch al gauw een gewicht dat ergens tussen de 40 en een dikke 100 gram ligt! Om deze zware gewichten weg te zetten is een langere hengel met meer 'body' een vereiste. Dus koop een hengel die bij het te bevissen water past.

Er zijn nogal wat typen feederhengels. Behalve dat er natuurlijk altijd kwaliteitsverschillen en daarmee prijsverschillen zijn, kunnen we de feederhengels onderscheiden in vier hoofdgroepen: light, medium, heavy en ultra heavy. Sorry voor de Engelse uitdrukkingen, maar het feedervissen is nou eenmaal, met termen en al, uit Engeland komen overwaaien.

De huidige "feeder hengel" is globaal te verdelen in twee verschillende uitvoeringen: de "Swingtip" en de andere de zogenaamde     "Quivertip".

"Swingtip":

  • een top wordt met behulp van een rubber slangetje aan de hengel gemonteerd. Bij een beet “swingt” de top dan naar voren of naar je toe. Voordeel hiervan is dat er weinig weerstand ontstaat, en je dus heel licht kan vissen.

f1

"Quivertip":

  • een versmalling in de top van de hengel die er voor zorgt dat de hengel eenvoudig omboog en daarom een betere beetregistratie geeft. De Quivertip zit meestal vast aan de hengel gemonteerd en er bestaat geen geen mogelijkheden om van top te wisselen. 

    Bij deze soort hengels worden meestal twee of drie quivertips geleverd. Het is de bedoeling dat men door de juiste keuze van de quivertip een zo best mogelijke beetregistratie krijgt. Een bepalende factor is de strakheid van de quivertip. Het spreekt voor zich dat een tip uit carbon strakker zal zijn dan een tip uit glasvezel. Verder zal het tapse verloop (van dik naar dun) ook bepalend zijn voor de gevoeligheid. Men kan de strakheid eenvoudig testen door het topoog tussen duim- en wijsvingers te nemen. De quiver die het meeste doorbuigt is de minst strakke. Het is de manier van aanbijten en de heersende visomstandigheden (grote vis, kleine vis, wind, stroming.) die mede zullen bepalen welke quivertip we monteren.

Een Winckle picker
Dit is een hengel voor op witvis waar men op de top vist zonder dobber. Men maakt dan ook gebruik van een voerkorf en vist hiermee op dezelfde plek, waardoor vaak meer en zwaardere vissen mee gevangen wordt. Deze hengels hebben een zachte verwisselbare top die dient als beetregistratie met een gemiddeld werpvermogen van 10 tot 30 gram.

  • een werphengel met een top/parabolische actie. 
  • hengeltechniek wordt ook wel "pickeren" genoemd.
  • Winckle pickers hebben losse topjes met een actie van 1 tot 2 ounce.
  • Winckle pickers worden veelal gebruikt in combinatie met een zogenaamde voerkorf. Dit zijn lichte korven tot hooguit 35 gram Voordeel is dat het lokvoer direct bij het aas ligt. En als steeds op dezelfde plek de voerkorf wordt gegooid, kan een mooie gedoseerde voerplek gemaakt worden.
  • De winckle pickers heb je in de maten: 2.40 meter t/m 3.0 meter.
  • Een winckle picker gebruik je het best op stilstaand water of zacht stromend water en gooi je gemiddeld zo'n 15 meter uit de kant.

Een Feeder hengel:
Dit is een hengel voor het vissen op witvis, hiermee wordt hetzelfde gevist als met een Winkle Picker echter zijn deze hengels langer en bezitten ze een groter werpvermogen. Dit is bedoeld om ook te kunnen vissen op kanalen of rivieren zonder dat de stroming de voerkorf verplaatst van de visstek. Deze hengels hebben een gemiddeld werpvermogen van 40 tot 100 gram.

  • Feeders zijn er met vaste en losse topjes, van 1,5 tot 3 ounce. Zo heb je ook nog heavy feeders waar je tot 4 ounce actie kan gaan.
  • gebruik op stromend water of wanneer je ver van de kant moet vissen.
  • Men kan feederhengels al naar gelang werpvermogen en lengte als volgt indelen 3 categorieën;

    f1

    • Light feeder       (voor lichte korven, tot ca. 40-50 gram)
    • Medium feeder  (voor de wat zwaardere korven, tot ca. 70-80 gram)
    • Heavy feeder     (voor de zware korven tot ca. 100-120 gram)

Voor startende feedervissers is het algemene advies een feederhengel in de klasse "light" aan te schaffen. Dit type feederhengel wordt als "allround" beschouwd, is ongeveer 3 meter lang en geschikt voor het werpen van korven met een gewicht van een gram of 40. Met deze hengel kunt u in de meeste wateren en onder de meeste omstandigheden aardig uit de voeten. Er kan zowel met een wartelloodje als met een voerkorf én zowel kortbij als veraf mee worden gevist. Als u met zwaardere voerkorven of op grotere afstand dan 35 meter wilt vissen, zou u een "medium" feeder kunnen overwegen. De "heavy's" en de "ultra heavy's" zijn bedoeld voor hard stromend water (rivieren) en is voor de beginner niet aan te raden.

Materiaal: Korf
Voerkorven zijn in drie groepen in te delen, namelijk: 

  1. open voerkorven, aan beide zijden open.

  2. gesloten voerkorven, aan beide zijden gesloten.

  3. half open korven, slechts aan één zijde open.

In principe bestaat de voerkorf uit een, metaalgaas vervaardigd hulsvormig lichaam verzwaard met een loodstrip. Er zijn ook voerkorven met een plastic lichaam. Een belangrijk verschil tussen een open plastic voerkorf en een gaasfeeder is dat de eerstgenoemde tijdens het binnendraaien gemakkelijker van de bodem loskomt, als de aan alle kanten open gaasfeeder.
  • In stromend water gebruik is het advies om minimaal een korf met een gewicht van 60 gram. Hiervoor gebruik je dan de medium feeder, dit om het gewicht goed te kunnen dragen en je hebt de mogelijkheid om ver te vissen. 
  • Is er meer dan 80 gram nodig, tot zeker 100 gram, dan ga kan worden overgegaan op de heavy feeder. Sommige heavy feeders kunnen aardig wat gewicht wegzetten tot zeker 150 gram, heb je nog meer nodig dan kan de "ultra heavy" gebruikt worden. Hiermee kan je met sommige feeders, tot 200 gram wegzetten. Uiteraard vis je dan niet verder dan ongeveer 30-35 meter.
f1

Een ander belangrijk voordeel van het feedervissen is dat er spaarzaam en toch effectief met lokvoer omgegaan kan worden. Met een kilootje voer kan men gewoonlijk een hele dag doen. Duur is deze visserij dus niet. Voor het vissen in stilstaand of langzaam stromend water gebruikt u bij voorkeur een voerkorfje dat aan beide zijden open is. Bij elke inworp wordt slechts een klein beetje lokvoer op de voerstek gedeponeerd . Omdat de onderlijn vlakbij de voerkorf wordt gemonteerd, ligt het aas altijd in de buurt. Succes verzekerd!

Materiaal: lijnen

  • Bij het feederen in stromend water gebruik je een hoofdlijn van minimaal 22/00 met een voorslag van 25/00. De dikte van je hoofdlijn is belangrijk, aangezien het gegeven, hoe dunner je hoofdlijn hoe minder druk de stroom op je lijn uitoefent. De lengte van de voorslag hou je op ongeveer 2x de hengellengte. De voorslag hou je dikker dan de hoofdlijn, dit v.w. het gewicht van de voerkorf.
  • De vislijn die wordt gebruikt moet altijd in de juiste verhouding zijn met de hengel die gebruikt wordt. Dus het volgende ezelsbruggetje kan aangehouden worden: "Op een Light Feeder altijd dunnere lijnen gebruiken en op de "Heavy Feeder"  dus dikkere lijnen (en dus sterkere).  Dit heeft tot logisch gevolg dat op een heavy feeder ook vaak een zwaardere molen gemonteerd zal worden. 
  • Aan de speldwartel kan een feederkorf of wartellood gemonteerd worden. De hoofdlijn en de onderlijn worden via "lus-in-lus" met elkaar verbonden. Kan zowel dienen voor het vissen met klassiek nylon als met een gevlochten lijn.
  • Het is bekend dat er op de markt de gevlochten lijnen te koop zijn onder de naam Dyneema. Veel groothandels brengen onder verschillende namen bepaalde lijnen op de markt. In het begin waren deze lijnen zeer duur en vaak van slechte kwaliteit. Je bent er of helemaal gek van of je bent een geboren tegenstander. Bij verkeerd gebruik kan het je heel wat vis kosten. De rek in deze lijn is vaak nihil waardoor de vis tijdens de dril zichzelf los kan trekken omdat er geen rek in de lijn zit die de klappen van de vis opvangt. Bij een goed hengelgebruik vinden de meeste vissers het ideaal omdat de beetregistratie perfect wordt doorgegeven en de lijndiameter veel dunner is dan de monofyllijnen van dezelfde trekkracht. Dus wel opletten !! Vis je met gevlochten/gesmolten lijn, dan moet je bij een aanbeet niet "slaan" maar "aantikken". Je hebt namelijk direct contact met je voerkorf.

    Tegenwoordig wordt veel gebruik gemaakt van een "Powergum systeem".  Het powergum systeem is een stuk elastiek van 20/25 cm waar je voerkorf aan hangt. Groot voordeel van dit systeem is, dat de powergum de eerste klap opvangt bij het ingooien. Hoe zwaarder de korf, hoe meer je het voordeel merkt bij het ingooien. Een ander voordeel van de powergum is dat je geen voorslag meer nodig hebt.

Om te voorkomen dat u af en toe in de war gooit, kunt u een zogenaamd "hoekafhoudertje" gebruiken. Schuif deze op de hoofdlijn van ongeveer 0,18 mm nylon en laat deze stuiten op een speldwarteltje. In dat speldwarteltje hangt u de onderlijn van 0,16 mm dik en ongeveer 50 - 75 centimeter lang. Hangt u nu de voerkorf aan het afhoudertje en de montage is klaar. Tegenwoordig geven steeds meer feedervissers de voorkeur aan een gevlochten, dyneema lijn. Daar zit namelijk geen rek in, waardoor ook aanbeten op grote afstand goed worden doorgegeven aan de gevoelige top. Slimme sportvissers knopen thuis al hun onderlijntjes met haken in verschillende groottes. De maten 8, 10 en 12 zijn favoriet.

Er zijn verschillende methoden om de voerkorf of werplood en haaklijn te monteren.

Schuivende montage

  • Bij deze montage loopt de hoofdlijn vrij door de wartel van het lood of van de voerkorf. Op dagen dat de vis goed "los" is, zal deze eenvoudige methode veel vis op de kant brengen.

Vaste montage

  • Het lood of voerkorf wordt nu direct op de hoofdlijn of aan een vast zijlijntje geknoopt. De aanbeet gaat nu niet via een wartel maar direct naar de hoofdlijn en is dus preciezer dan de andere methodes.

Hengel afsteunen
Hoe te vissen. U heeft vast wel eens een feedervisser langs de waterkant gezien. Dan is het u waarschijnlijk opgevallen dat de hengel bijna evenwijdig aan de oever lag afgesteund. Een dergelijk opstelling, waarbij de hengeltop een hoek van 100 tot 120 graden met de uitgeworpen lijn maakt, is voorwaarde voor een optimale beetregistratie. De voorkant van de hengel wordt op een speciale quivertipsteun gelegd, met de top zo dicht mogelijk bij het water. De wind mag geen vat krijgen op de uitstaande lijn. De handgreep van de hengel wordt tevens afgesteund op een speciaal steuntje of op uw zitmand. Volgen de aanbeten elkaar in rap tempo op, is het wellicht slimmer de greep op uw bovenbeen te laten rusten. Zo kunt u de hengel comfortabel vasthouden en razendsnel reageren op een goede aanbeet door zijwaarts aan te slaan.

In zacht stromend water of stilstaand water vis je nagenoeg parallel met de oever, dit om een beet beter te registreren. Vis je op stromend water dan vis je met de hengeltop omhoog. Wanneer je met de hengeltop omhoog vist haal je meer tuig uit het water waardoor de stroom minder druk uitoefent op je tuig. Hierdoor kan je een beet beter zien, en je voerkorf blijft beter liggen.

f1 De hengel wordt vaak afgesteund op een "feedersteun". Steun de hengel zo af dat er een hoek ontstaat tussen de 90 en 120 graden. Zo is goed aanslaan mogelijk. Voor de voorste hengelsteun gebruik je een brede steun (een V steun) met een golvend profiel. Daarmee kun je de buiging van de hengeltop exact bepalen en aan het bijtgedrag van de vis aanpassen. Hoe minder lijn zich bevindt tussen wateroppervlak en hengeltop, de minder de kans dat de wind de beet registratie beïnvloed.

Inwerpen
Omdat het een vrij nieuwe visserij was en veel mensen wat sceptisch over deze hengel waren, duurde het vrij lang voordat deze grandioze vorm van "witvissen" voet aan wal kreeg. Het is eigenlijk een veredelde vorm van hoe men vroeger op de paling viste. Men werpt de paternoster in , draait de lijn strak en wacht op de registratie op de top. De kunst is nu om die onderlijn te maken die past bij de omstandigheden waarbij men vist. De feeder kun je ook fantastisch gebruiken bij de visserij op paling. Een geweldige ervaring om die hengel tekeer zien gaan bij de aanbeet van een grove paling. Het dunne topje zorgt ervoor dat de vis bijna geen weerstand voelt bij de aanbeet. Wat wel gezegd dient te worden is, dat je rekening moet houden met de rek in lijn. De afstand waarbij de haak gezet moet worden is aanzienlijk vergroot en dit kan de nodige problemen geven.

Een van de belangrijkste zaken bij het feedervissen is de keuze van de juiste feeder; beter gezegd de keuze van het juiste loodgewicht van de feeder. Het eigen gewicht van de te gebruiken voerkorf (dus zonder voer in de korf), wordt bepaald door de te werpen afstand. Hoe verder men van zich af vist des te zwaarder de korf moet zijn. Vist men te licht dan zal de te vissen afstand moeilijk te bereiken zijn.

Als je meer dan 80 gram nodig heb kan je het beste je korf een meter stroom opwaarts gooien, waardoor de korf na het uitrollen voor je blijft liggen. Zo kan je toch een voerplek aanleggen. Om een beter idee te krijgen wat hiermee bedoeld wordt, voor het vissen ga je eerst een paar keer proef gooien, met een korf die genoeg lood met zich meedraagt waardoor de korf blijft liggen. Nu moet je recht vooruit gooien en opletten waar je korf blijft liggen, is het bijvoorbeeld 3 meter rechts van je, dan houdt dat in dat je ook 3 meter stroom opwaarts moet gooien zodat de korf voor je blijft liggen.

Je kan natuurlijk ook een zwaarder korf gebruiken, maar dit houdt wel in dat je zwaarder vist, en dat je ook een gepaste hengel moet gebruiken die het lood kan wegzetten, Natuurlijk moet je ook je lijndikte aanpassen. Hoe zwaarder de korf, hoe dikker je tuig.

Peilen met de feeder

  • Korf inwerpen en tellen tot de korf de bodem raakt. Het tellen doe je vanaf 21, dus éénentwintig, tweeëntwintig, drieëntwintig enz... 

  • Hou rekening met het gewicht van de korf, hoe zwaarder de korf hoe sneller de korf op de bodem is. 

  • Hierna de korf langzaam terughalen, door naar de top te kijken kan je de bodemstructuur vaststellen. bv. diepte en kuilen.

  • Zo ga je terug tot ongeveer 20 meter. 

  • Is het peilen gebeurd dan ga je terug naar de afstand die je wilt vissen, lijn achter de lijnclip vastzetten, een vastpunt aan de overkant van het water aanhouden erop richten en vissen maar.

Feedervoer
Als we met een feeder vissen is de vastheid van het voer erg belangrijk. In diep of stromend water mag het lokaas bijvoorbeeld kleveriger zijn en meer stevig in de korf zijn gedrukt als op ondiep of niet stromend water. Als de voerkorf zijn lading al tijdens de worp of halverwege de waterdiepte verliest hebben we er op de bodem nu eenmaal niets aan. Al te stevig is echter ook niet goed. Je ziet het bijvoorbeeld wel eens gebeuren, dat als men een vis vangt en deze boven het schepnet trekt, de voerkorf nog half vol met voer zit. Het zou de visser dan toch duidelijk moeten zijn, dat dit persé voorkomen moet worden.

Juist een gaaskorf moet zich binnen enkele minuten en zeker als er,zoals bijvoorbeeld bij het aanslaan gebeurt, fel aan de lijn getrokken wordt, op de visplek legen! Stelt u zich eens voor wat er gebeurt als het lokvoer in de korf blijft plakken.

Elke keer als we de korf binnenvissen volgt er dan in een rechte lijn naar de oever en spoor van lokvoerdeeltjes. Dit heeft hetzelfde effect als je met de vaste hengel een strook van 10 meter met voerballen voorziet. Zorg er dus altijd voor dat de korf zich zo snel mogelijk op de stek leegt.

Het opbouwen van een voerplek
Essentieel is dat de voerplek goed opgebouwd wordt. Korf na korf dient steeds op dezelfde plek terecht te komen. Alleen dan lukt het om de vis op de plek te houden. Om te beginnen is een juiste werptechniek van belang. Secuur werpen vraagt om een tweehandige aanpak en een zogenaamde "overhead"-worp. Aan de overzijde van het water zoekt u, in het verlengde van de te maken voerplek, een richtpunt uit. Dat kan een molen, een boom of bijvoorbeeld een inham in het riet zijn. Werp iedere keer naar dat ene, vaste punt. Elke keer de juiste afstand bepalen, is nog het makkelijkst. Hiervoor gebruikt u de lijnclip op de molenspoel. De lijn wordt na de eerste keer inwerpen simpelweg in de lijnclip geklemd. Elke worp wordt nu, keer op keer, op dezelfde afstand geblokkeerd.

Een voerplek maken we met de feederhengel en de voerkorf waarmee je gaat vissen. We doen dit door om de minuut een korfje met voer en aas op de gewenste afstand te brengen, laten deze ± 40 seconden liggen en geven een ruk aan de hengel. Nu komt het voer dat nog niet uit de korf was los. We halen rustig in en herhalen dit 15 maal. Nu gaan we vissen. Door telkens opnieuw in te gooien wordt de voerstek steeds voorzien van vers aas en voer

Als haakaas komen vooral maden, verpopte maden (casters) en kleine pieren in aanmerking. Combinaties van deze aassoorten doen  het vaak erg goed. Vergeet niet ook een handje van dit levende aas door het lokvoer te mengen. Het is vaak de sleutel tot succes.

Aanbeten
Een aanbeet kan zich op verschillende manieren voordoen, bijvoorbeeld zowel in de vorm van een plotseling fel naar het water buigende top, als ook in de vorm van een terugvalbeet. Dit wordt veroorzaakt als de vis het aas pakt en naar ons toe zwemmen en de voerkorf meenemen. En het meest voorkomend in de vorm van een aantal elkaar snel opvolgende schokkerige rukjes. U kunt dan rustig aanslaan en de vis landen. Om een goede beetregistratie te hebben kan je gebruik maken van een "targetbord". Dit bord zorgt ervoor dat je een rustige achtergrond heb en zo de kleinste aanbeten zichtbaar worden.

 

f1
          f1    

Wat is feedervissen


of pickeren met de winckle picker, en hoe doe je dit. Dit is wat ik wil proberen uit te leggen.
Een winckle picker of een feeder hengel is een werphengel met een top/parabolische actie. Winckle pickers hebben losse topjes met een actie van 1 tot 2 ounce. Feeders zijn er met vaste en losse topjes, van 1,5 tot 3 ounce. Zo heb je ook nog heavy feeders waar je tot 4 ounce actie kan gaan.

 

.

De winckle pickers heb je in de maten: 2.40 mtr t/m 3.0 mtr. Een winckle picker gebruik je het best op stilstaand water of zacht stromend water, en de feeder hengel op stromend water of wanneer je ver van de kant moet vissen. Zelf doe ik, rekening houdend met het soort water waarin ik ga vissen, bepalen met wat voor een gewicht voerkorf ik ga vissen, en dan maak ik mijn hengelkeus

 

f1

f1

In stromend water gebruik ik minimaal een korf met een gewicht van 60 gram. Hiervoor gebruik ik de medium feeder, dit om het gewicht goed te kunnen dragen en je hebt de mogelijkheid om ver te vissen. Heb ik meer dan 80 gram nodig, tot zeker 100 gram, dan ga ik over op de heavy feeder.
Sommige heavy feeders kunnen aardig wat gewicht wegzetten tot zeker 150 gram, heb ik meer nodig dan kan ik de ultra heavy gebruiken. Hiermee kan je met sommige feeders, tot 200 gram wegzetten. Uiteraard vis je dan niet verder dan ongeveer 30-35 meter.

Bij het feederen in stromend water gebruik je een hoofdlijn van minimaal 22/00 met een voorslag van 25/00. De dikte van je hoofdlijn is belangrijk, aangezien het gegeven, hoe dunner je hoofdlijn hoe minder druk de stroom op je lijn uitoefend. De lengte van de voorslag hou je op ong. 2x de hengellengte. De voorslag hou je dikker dan de hoofdlijn, dit v.w. het gewicht van de voerkorf.
 
Zelf vis ik met fireline (6LB). Dit is een gesmolten lijn, en niet gevlochten, waardoor deze lijn helemaal rond is. De 6lb fireline heeft een dikte van 10/00 maar is heel sterk. Heb ik een voerkorf van meer dan 100 gram nodig dan maak ik gebruik van een voorslag van 30/00, om zonder breuken in te werpen. Doordat fireline gesmolten en rond is kan je er normale knopen mee maken, die je gewend ben met monofilelijn.
 
Tegenwoordig bevestig ik geen voorslag maar een Powergumsysteem

f1

Het powergumsysteem is een stuk elastiek van 20/25 cm waar je voerkorf aan hangt. Groot voordeel van dit systeem is, dat de powergum de eerste klap opvangt bij het ingooien. Hoe zwaarder de korf, hoe meer je het voordeel merkt bij het ingooien. Een ander voordeel van de powergum is dat je geen voorslag meer nodig hebt.
  In stromend water gebruik ik graag de schuiflus van powergum, en in kanalen of wanneer ik ver vis dan gebruik ik de rechte powergum. Inprincipe maakt het niet uit met welk systeem je vist. Met de schuiflus, met een trekkracht van 22 lbs, heb ik al eens gevist met een voerkorf van 270gr.

 

f1

f1f1

f1f1

 

Bij het inwerpen maakte ik gebruik van een pendulum (zijwaartse) worp. Doe je dit met monofilelijn dan heb je minstens een voorslag nodig van 30/00. De montage van de powergum aan je lijn is heel eenvoudig. Aan je hoofdlijn maak je een lus. De powergum heeft 2 wartels 1 boven en 1 beneden. De bovenste hang je aan de hoofdlijn, en aan de onderste wartel komt je voerkorf te hangen. In het verlengde van de powergum is een stukje lijn (60/00) bevestigd die als afhouder dient en tevens het bevestigingspunt is voor de onderlijn. Bevestiging van de onderlijn: haal de haak door de lus (hierdoor krijg je een nieuwe lus) en schuif deze lus over het stukje lijn van de powergum. Nu moet je de onderlijn aantrekken zodat deze achter het knopje van het stukje lijn komt te zitten.
Wanneer de vis bijt wordt de powergum door de onderste wartel getrokken en het topje van je hengel krom wordt getrokken. Voor kanalen of op stilstaand water gebruik ik een powergum van 11 lbs of 14 lbs.

Hengel afsteunen.

In zacht stromend water of stilstaand water vis je nagenoeg parallel met de oever, dit om een beet beter te registreren. Vis je op stromend water dan vis je met de hengeltop omhoog. Wanneer je met de hengeltop omhoog vist haal je meer tuig uit het water waardoor de stroom minder druk uitoefend op je tuig. Hierdoor kan je een beet beter zien, en je voerkorf blijft beter liggen. Als je meer dan 80 gram nodig heb kan je het beste je korf een meter stroom opwaarts gooien, waardoor de korf na het uitrollen voor je blijft liggen. Zo kan je toch een voerplek aanleggen. Om een beter idee te krijgen wat ik hiermee bedoel, zal ik dit anders zeggen: voor het vissen ga je eerst een paar keer proef gooien, met een korf die genoeg lood met zich meedraagt waardoor de korf blijft liggen. Nu moet je recht vooruit gooien en opletten waar je korf blijft liggen, is het bv 3 mtr. rechts van je dan houdt dat in dat je ook 3 mtr. stroom opwaarts moet gooien zodat de korf voor je blijft liggen. Zo heb ik eens wedstrijd gevist met een voerkorf van 60 gram, en de andere vissers gebruikten minimaal 100 gram. Doordat ik 2mtr. stroom opwaarts gooide, hierdoor bleef mijn korf recht voor mij liggen, had ik aan 60 gram genoeg. Dus heb ik ook lichter gevist dan de anderen. Het heeft mij toch een 2e plaats opgeleverd. Je kan natuurlijk ook een zwaarder korf gebruiken, maar dit houdt wel in dat je zwaarder vist, en dat je ook een gepaste hengel moet gebruiken die het lood kan wegzetten, Natuurlijk moet je ook je lijndikte aanpassen. Hoe zwaarder de korf, hoe dikker je tuig, als je met monofilelijn vist. Dit alles is niet nodig als je met fireline, in combinatie met het powergumsysteem vist.

Bij onweer direct stoppen met vissen, als je met een carbon hengel vist. Carbon is heel erg geleidend.

PAGE UP