Verticaalvissen op snoekbaars
Pakweg tien jaar geleden visten de meeste mensen nog met een pen of "op de stoot" op snoekbaars. Tegenwoordig wordt er in de zomer met pluggen gesleept en in het najaar verticaal gevist. Vooral het "verticaalvissen" heeft de laatste tijd een enorme vlucht genomen.
In de maanden april en mei paait de snoekbaars. De wetgever heeft daarom bepaald dat hij in die periode met rust dient te worden gelaten. In de daarop volgende weken is de snoekbaars nog bijzonder hongerig en agressief. Hij ligt dan verspreid over het water, waardoor een vlak boven de bodem getrolde plug veel snoekbaarzen op kan leveren. Soms zelfs enkele tientallen per dag. Naarmate de zomer vordert, groeit het broed van allerlei witvissoorten en neemt de kans dat uw aas wordt uitverkoren in rap tempo af. De vangsten lopen merkbaar terug. In het najaar, wanneer het echt koud begint te worden, groepeert de snoekbaars zich in de diepe gedeelten van een water. Omdat de watertemperatuur daar nog iets hoger is. Vaak kun je snoekbaars dan vinden tussen de acht en de twaalf meter. Ook witvis groepeert zich 's winters in de diepere gedeelten, maar pas enkele weken later dan de snoekbaars. In de tussenliggende periode liggen er dus grote groepen snoekbaarzen te wachten op prooivis. In die tijd is het opnieuw mogelijk een groot aantal snoekbaarzen te vangen. Omdat de meeste pluggen niet dieper duiken dan zes, hooguit zeven meter, dient u wel van techniek te veranderen. Tijd om te verticalen!
Verticaalvissen
Het principe van het verticaalvissen is kinderlijk eenvoudig. Vaar met een bootje naar een plek waar u snoekbaars vermoedt. Laat daar een rubberen kunstvisje (in de volksmond "shadje" geheten) naar de bodem zakken en til deze hooguit een halve meter op. Zet het shadje rustig (dus aan een strakke lijn) terug op de bodem. Als een snoekbaars uw aas grijpt, voelt u een rukje aan de hengel en is het tijd om snel aan te slaan. Omdat u een shadje onder de boot op en neer haalt, spreken we van verticaalvissen of verticalen.
Keiharde aanbeten
Sommige aanbeten zijn zo heftig dat de hengel bijna uit uw hand wordt getrokken. Dat vind ik het mooiste van verticalen, die keiharde aanbeten waar mijn hart, letterlijk, een keer van overslaat. Daar doe ik het allemaal voor, want de dril van de gemiddelde snoekbaars is niet erg spectaculair. Natuurlijk bestaat altijd en overal de kans op een kasteel van 20 pond, maar die vissen zijn toch meer uitzondering dan regel. Voor mij is een snoekbaars van in de 70 centimeter al een beste knaap en vanaf 80 centimeter praat ik over een grote. Een vis van 90 centimeter is een droomvis en een exemplaar van rond de meter is er echt een uit de categorie "once in a lifetime".
Andere keren voel je de vis helemaal niet aanbijten maar is het net of je vastloopt. Wat ook gebeurt, is dat het shadje onverwacht vroeg de bodem lijkt te hebben bereikt. U heeft het kleinood 20 centimeter opgetild, maar na amper tien centimeter zakken, valt de lijn al slap. Ook in dat geval dient u aan te slaan, want dan is de kans groot dat een snoekbaars het shadje heeft opgevangen.
Voor verticalen wordt een shad gebruikt van ongeveer 10 centimeter lang. Deze wordt op een jigkop van circa 14 gram gestoken. Om zoveel mogelijk aanbeten te verzilveren, is het raadzaam een zogenaamd "staartdregje" te monteren. Knoop een dreg (maat 4 of 6) aan een 0,25 millimeter dik dacron lijntje. Trek deze vervolgens met behulp van een fleurnaald van achter naar voren door het shadje. Prik de dreg in het staartgedeelte en knoop het lijntje aan het oog van de jigkop. Ik gebruik hiervoor altijd dacron, omdat dit sterk, soepel én dik is. Dunne lijn snijdt te gemakkelijk door het vaak zachte shadje. Dit alles lijkt misschien een beetje veel van het goede, maar de praktijk leert dat twee van de drie snoekbaarzen op de staartdreg worden gehaakt. Doen dus!
Veel verticaalvissers hangen hun shadje aan een speldwartel. Op die manier kunnen zij snel en gemakkelijk van shadje wisselen. Ikzelf gebruik het liefst een stalen onderlijntje, bedoeld voor snoek, want alhoewel snoekbaars 's winters meestal meters dieper ligt dan snoek, kan ook die vaak niet van een verticaal gevist shadje afblijven. De angst dat een snoekbaars zich zou storen aan een stalen onderlijntje is ongegrond. Het maakt hem werkelijk niks uit!
Wellicht vraagt u zich af waarom verticalen, als het zo eenvoudig en effectief is, pas de laatste jaren zo populair is geworden. Dat komt omdat deze manier van vissen alleen mogelijk is met rekloze lijnen, zoals het relatief nieuwe dyneema. Nylon bezit te veel rek. Daarmee is het moeilijk om te voelen of de jigkop de bodem heeft bereikt en komen alleen heftige aanbeten goed door. U biedt de shad immers vlak boven de bodem aan, waardoor een snoekbaars de shad vooral zijdelings verplaatst (en niet naar beneden trekt). Een dergelijke aanbeet is aan een nylon lijn amper te voelen. Bovendien is zelfs de dunste nylon lijn nog te dik voor het verticaalvissen. Als u de boot iets wenst te verplaatsen (snoekbaarzen blijft zoeken), snijdt een dikke nylon lijn onvoldoende door het water. Hierdoor wordt het bijzonder lastig om bodemcontact te houden. Een zwaardere jigkop (van 17 of 21 gram) kan uitkomst bieden, maar gaat wel ten koste van de subtiliteit. Beter is het om een dyneema lijn te gebruiken met een diameter van 0,06 millimeter. De trekkracht van een dergelijke lijn schommelt tussen de vier en de zes pond (engelse ponden wel te verstaan, worden uitgedrukt in "lb"). Dat is sterk genoeg om zelfs de zwaarste snoekbaars de baas te kunnen.
Hengels
De lange, slappe snoekbaarshengels van weleer, bedoeld om een snoekbaars geen weerstand te laten voelen, kunt u thuis laten, want deze zijn totaal ongeschikt voor het verticaalvissen. Wat u nodig heeft, is een strakke spinhengel van maximaal 210 centimeter. Omdat u hiermee goed kunt voelen of het shadje de bodem heeft bereikt, een snoekbaars het shadje heeft aangevallen én omdat u de haak hiermee veel beter kunt zetten. Om de hengel zo licht mogelijk te doen aanvoelen, wordt deze vaak in balans gebracht door op het uiteinde een extra zware, metalen cone te plaatsen.
Molens
Speciale werpmolens voor het verticaalvissen bestaan niet. Omdat u de hele dag met de hengel in de hand vist, is een klein (en dus licht) werpmolentje echter aan te bevelen. Als u speciaal voor het verticaalvissen een nieuw werpmolentje aanschaft, is het raadzaam er eentje te kiezen met een rotor zonder terugslag. Dat vist fijner omdat u daarmee altijd optimaal contact hebt met het shadje en de haak sneller kunt zetten.
Elektromotoren
Bij het snoekbaarsvissen "oude stijl" wordt er vanuit een geankerde boot gevist. Als aanbeten uit blijven, dient er te worden verkast. Een tijdrovend ritueel, dat snel verveelt. Bij verticaalvissen gaat u niet voor anker, maar dient u continu tergend langzaam te varen. Op die manier zoekt en vist u tegelijkertijd. Is de snoekbaars eenmaal gevonden, kunt u een boeitje overboord gooien om de plek te markeren. Speciaal voor dit doel zijn er boeitjes op de markt waarbij het ankertje (een strip lood) afrolt tot het op de bodem valt. Tenzij u een vismaat bereid vindt de hele dag voor u te roeien, bent u aangewezen op een elektromotor, want roeien en verticalen tegelijk is onbegonnen werk. Met een benzinemotor vaart u, zelfs in de langzaamste stand, nog te snel. Elektromotoren zijn er in twee types. Eén die op de spiegel van de boot gaat en een die op de punt van de boot dient te worden bevestigd. Beide types hebben voor- en hun nadelen. Om de boot onder controle te houden, dient de boot te worden voortgetrokken. Met een spiegelmodel vaart u daarom achteruit. Dit wordt "backtrollen" genoemd. Daarbij bedient u de elektromotor met de ene hand, terwijl u met de andere hand de hengel vasthoudt. Nadeel van deze methode is dat er gemakkelijk water over de spiegel klotst, vooral als er een beetje golven staan. Bij een boegmodel heeft u dat probleem niet omdat u vooruit vaart. De boot gehoorzaamt beter, maar het nadeel is dat de bediening van de motor met een voetpedaal dient te gebeuren, wat enige oefening vergt. Overigens bestaan er boegmodellen met "autopilot". Een ingebouwd kompas houdt de laatst gekozen koers aan, waardoor afwijkingen door stroming of wind automatisch worden gecorrigeerd. Erg handig!
Visvinders
Vanaf het moment dat de eerste, betaalbare visvinders met LCD-scherm op de markt verschenen, werden deze door veel snoekbaarsvissers "oude stijl" omhelst. Anderen wilden er niet aan en noemden het gebruik van een visvinder zelfs onsportief. Zij zagen met lede ogen aan hoe nieuwkomers met behulp van een visvinder, binnen een paar visdagen, de waterkennis vergaarden waar zij jaren over hadden gedaan. Als u gaat verticaalvissen kunt u niet zonder visvinder. Omdat u, zoals gezegd, zoekt en vist tegelijk. Wie eenmaal de voordelen van een visvinder heeft leren kennen, wil niet meer zonder. Als mijn visvinder (ook wel dieptemeter genaamd) tijdens het verticalen kapot zou gaan, ging ik naar huis…
Ikzelf gebruik een Eagle Accura 240 visvinder. De 240 staat voor het aantal pixels, het aantal punten waaruit het beeld wordt opgebouwd. Hoe hoger de resolutie, des te scherper het beeld en des te beter zijn vissen te onderscheiden. Er zijn al bruikbare dieptemeters met een resolutie van 128 pixels, dus met niet minder dan 240 pixels doet de Accura zijn naam eer aan. De naam "Accura" is namelijk afgeleid van het woord accuraat, maar dat had u natuurlijk al begrepen.
Mensen die niet bekend zijn met het fenomeen visvinders denken soms dat een visvinder een soort onderwatercamera is. Dat is echter een misvatting. Een dieptemeter is niets anders dan een sonar, die een signaal uitzendt en de echo daarvan op het schermpje optekent. Een visvinder vertelt je dus niet wat voor soort vis ergens zit, of deze stil ligt of zwemt en al helemaal niet of die aast. Een visvinder laat wél zien hoe de bodem verloopt, waar wel en vooral waar geen vis zit. Als u zich bedenkt dat er meer plekken zonder dan met vis zijn, begrijpt u hoe waardevol een visvinder is. Vooral in de winter concentreert de vis zich op bepaalde plekken. Snoekbaars houdt zich graag op in de omgeving van prooivissen, dus als u een concentratie vis op het scherm ziet, is het de moeite waard om op die plek uw geluk te beproeven. Als u een aanbeet krijgt, kunt u bovendien zien op welke diepte de snoekbaars toehapte. Heel belangrijk, want vaak bevinden de meeste snoekbaarzen zich die dag, op dat water, op dezelfde diepte. Als u op een andere plek, op dezelfde diepte, een aantal vissen vlak boven de bodem ziet hangen, is het goed mogelijk dat het snoekbaarzen betreft.
Geuren en kleuren
Shadjes zijn in allerlei modellen en geuren én kleuren verkrijgbaar. Vooral beginnende verticaalvissers hebben de neiging het belang van kleuren te overschatten. Op tien meter diepte heerst namelijk absolute duisternis en valt er weinig kleur te onderscheiden. Als er tijdens een wedstrijd goed wordt gevangen, is dat heus niet aan één bepaald model, kleur of geur. Iedereen heeft zo zijn favoriete shad. De één zweert bij een ivoorkleurige Scattershad, de ander bij een "Salt & Pepper" Culprit, weer een ander bij een blauw/zwarte Riverside Croakertail of een green-shiner Slug-Go.
Ondanks dat ik weinig waarde hecht aan modellen, geuren en kleuren, kan ik het toch niet laten steeds andere shadjes te proberen. Baat het niet, dan schaadt het niet, zal ik maar zeggen... Over modellen en kleuren willen de meningen dus nogal eens uiteen lopen. Overigens is niemand erg onder de indruk van de geurtjes die sommige fabrikanten aan hun shadjes toevoegen.
Op tien meter diepte is het niet alleen pikdonker, ook heerst er een serene rust. Geen wonder dat een snoekbaars daar moeiteloos het kleinste trillinkje of de minste of geringste waterverplaatsing waar kan nemen. Daarom is het van essentieel belang juist daar zo goed mogelijk op in te spelen.
Beginnersfout
De grootste fout die veel beginners maken, is dat zij te wild vissen. Zij trekken het shadje met veel geweld ver los van de bodem en laten hem vervolgens een vrije val maken. Een snoekbaars bespeurt een wild gevist shadje wel, maar ziet gewoon geen kans om die te pakken. Trek het shadje daarom rustig op, laat hem circa vijf seconden ongeveer vijftien centimeter boven de bodem zwemmen en zet hem vervolgens beheerst terug op de grond. U moet de snoekbaars namelijk wel de kans geven uw shadje te grijpen. Laat de lijn nooit slap vallen en wees erop bedacht dat de aanbeet meestal komt tijdens het afzinken van het shadje. Naarmate het water afkoelt, wordt de snoekbaars trager en zult u ook het shadje trager moeten vissen. Soms is het zelfs raadzaam het shadje helemaal niet op en neer te halen. Het schommelen van de boot geeft hem dan precies de goede actie. Realiseer u dat zolang de lijn nog schuin wegloopt, het shadje nog naar voren zwemt. Hoe langzaam ook. Pas als het shadje volkomen recht onder de top hangt, verplaatst hij geen water meer.
Overigens wordt er niet alleen met shadjes geverticaald. In het verleden waren ook de Cotton Cordell Gay Blade en Heddon Rattlin' Sonar bladpilkers erg populair. Hetzelfde geldt voor pluggen die loodrecht naar de bodem zinken en hun actie krijgen bij het omhoog trekken, zoals de zinkende Cotton Cordell Super Spots en Bill Lewis Rat-L-Traps. Door hun volume zinken deze pluggen echter nét iets te langzaam om ze op de bodem te voelen vallen. Om een bladpilker zijn actie te geven, dient deze vrij snel gevist te worden. Nu het besef begint door te dringen dat langzaam vissen de sleutel tot succes is, boeten de bladpilkers aan populariteit in.
Bron: Albatros
PAGE UP