Voorjaar. Duizenden dobbertjes zullen weer onder water getrokken worden. Bij deze ‘tip’ kijken we even naar de uitloding van deze dobbertjes, een belangrijk detail want de laatste loodjes hoeven helemaal niet het zwaarst te wegen. Welke vis wil je vangen… laten we beginnen met de brasem, deze vis laat zich het beste verleiden met een passieve aasaanbieding op de bodem. Zorg er daarom voor dat het overgrote deel van het lood (80 tot 90 %) compact op de lijn zit, dit is het bulk lood. Een enkel olivette loodje is hier voor beter geschikt dan een hele rits loodhagel omdat het grootste gedeelte van het gewicht zo in één geheel op de lijn zit wat de kans op knopen aanzienlijk verkleint. Eén of slechts enkele kleine, zachte loodjes onder dit buiklood, waarvan er eventueel één heel licht op de bodem rust (en voor een minimale overbelasting zorgt), heeft een zeer secure beetregistratie tot gevolg. De afstand tussen het buikbod en de haak is doorgaans niet meer dan een centimeter of veertig. De olivette dient goed vastgezet te worden, bijvoorbeeld tussen twee loodhagel in. Voor bliekjes, baars en voorn is een iets frivolere aanpak op zijn plaats: laat het aas meer bewegen en vis vlak boven of tegen de bodem. De ruimte tussen het buiklood en de haak moet aanzienlijk groter zijn, zo'n 50 tot 100 cm. Ook kun je nu met meer kleine loodhageltjes onder het buiklood spelen' waardoor het aas natuurlijker met de stroming mee dwarrelt tijdens de drift. Deze loodhageltjes kunnen van gelijk gewicht zijn en ieder op dezelfde afstand van elkaar op de lijn worden gezet (bijv. om de 10 cm) voor een actieve aasaanbieding dicht tegen de bodem. Een andere optie is om alleen loodhagel te gebruiken en deze steeds lichter te kiezen naar mate ze dichter bij de haak worden geplaatst. Hierdoor wordt het aas door de stroming nog makkelijker van de bodem naar boven gedrukt, waardoor voorn, alver en zelfs roofblei het aas sneller zullen nemen. Wedstrijdvissers gebruiken niet alleen verschillende dobbergewichten, maar ook verschillende loodzettingen.
Het vissen op karper is enorm populair. Veel gestelde vragen omtrent boillies, particles, hengels, stekken en vraag nummer 1: onderlijnsystemen, in karperjargon “rigs” genoemd. Hier volgt een beknopte uitleg van diverse rigs:
De standaardrig:
Van karperrigs bestaan veel theorieën, maar er worden ook belangrijke details vaak over het hoofd gezien. Wanneer we er verschillende, met name Engelse boeken op naslaan worden we maar al te vaak geconfronteerd met ingewikkelde rig concepten die volgens de meest uiteenlopende theorieën zouden moeten werken. Toch is het al jarenlang mijn ervaring dat in de meeste gevallen doodsimpele rigs het beste werken. De karperrig die we in dit eerste deel gaan bespreken zouden we in feite als een standaardrig kunnen bestempelen (zie afbeelding). Voor ons vormt deze rig de basis voor verschillende varianten waarmee we vanaf april tot en met oktober en november op vrijwel al mijn wateren met boilies (14 tot 25 mm) kunnen vissen. Hier volgt een technische beschrijving.
Verzwaren:
In de technische beschrijving van de rig wordt vermeld dat de onderlijn met putty (kneedbaar lood) verzwaard wordt. Persoonlijk vind ik dit een belangrijk detail. De meeste gevlochten lijnen houden in hun fibers microscopisch kleine luchtbelletjes vast waardoor de geneigd zijn te gaan drijven. Hierdoor vormen ze op de bodem dus een soort van omhoog staan, de lus, hetgeen ons karper kar kosten! In dat geval kan het namelijk gebeuren dat een karper die vlakbij het haak aas zwemt per ongeluk met z'n kop of met één van z'n vinnen die drijvende lus oppakt. In sommige gevallen kan dit genoeg zijn om de (schuwe karper te alarmeren. Al of niet gekoppeld aan dit feit bestaat er eveneens een ander risico. Ais d vis de lus oppakt en dan nog een stukje doorzwemt wordt het haak aas naar z'n lichaam verplaats, waardoor de haak zomaar ergens vals kan haken. Bij het op het lood strak zwemmen van de onderlijn voelt de karper weerstand en zwemt in paniek we als de vis in zo'n geval vals gehaakt is, krijgt de visser het slechts één korte ruk aan z'n lijn (de lijn valt vervolgens weer slap) hetzij een keiharde run, net zoals dat gebeurt wanneer een karper zich in z'n bek haakt. In het ergste geval heeft de haak slechts geschampt, in het tweede geval blijf de haak ergens zitten, maar in verreweg de meeste gevallen schiet zo’n vals gehaakte vis dan vroeg of laat weer los. Dit soort ongelukken gebeuren vrijwel nooit d.m.v. putty (kneedbaar lood) of kleine loodhagel zinkend gemaakt wordt. Hoewel het altijd moeilijk is om dit soort theorieën met statistieken en harde cijfers te bewijzen ben ik er zelf sterk van overtuigd dat je met verzwaarde, zinkende onderlijnen op lange termijn veel minder losschieters zult hebben, waar dan logisch gesproken uit voorvloeit dat er meer (goed gehaakte) karpers op de kant zullen komen!
Soepel:
Een ander detail van de rig is de soepele hair. Begin jaren 90 zijn wij de knooploze knoop (knotless knot) gaan gebruiken en ben daarmee van soepele hairs afgestapt. De hair werd in dat geval om praktische redenen gevormd met het overblijvende stukje onderlijn. We zijn ook geneigd die hair steeds korter te maken, maar we zijn echter sinds een jaar of twee weer van deze gewoonte afgestapt. Het is misschien maar een heel klein detail maar we geloven er heilig in dat met een soepele, dunne en niet te korte hair de haakpunt beter naar onderen draait wanneer de karper de onderlijn op het lood strakzwemt. Dit resultaat dan weer in meestal beter gehaakte vissen en dus minder losschieters. Ook bij echt grote boillies ( jumbo’s van 25mm) hebben we gemerkt dat de rig met een wat langere hair beter functioneert.
Karpertips…
Moet men tijdens het vissen vrij regelmatig van boilie veranderen?
Indien men uit ervaring weet waar de karper zich ophoudt en men vist met het juiste aas op de juiste plaats, dan moet men zeker niet steeds van aas verwisselen. Feit is, de zogeheten 'hot-spot' veranderen in loop der seizoenen en daarom is de kennis van het viswater in dit gegeven enorm belangrijk. Meestal vist men toch met twee hengels en dit geeft natuurlijk de nodige ruimte om te experimenteren. Het aas van een van beide hengels blijft na inwerpen op de visplaats in afwachting dat een karper het opzuigt. Met de tweede hengel werpen we om het half uur terug in. Dit geeft de mogelijkheid om van smaak te wisselen. Eventueel proberen we een combinatie van een pop-up boilie (drijvende boilie) en een gewone boilie. Men kan ook een boilie een extra flavour beurt geven door een aantal haakboilies voor gebruik in een plastic zakje te doen met pure flavour. Werp met de tweede hengel ook niet pal op dezelfde plaats waar het andere aas ligt. Tast met de tweede hengel de visstek af.
De drijvende haak…
Bij deze lijnopzet hangt de haak werkelijk boven het aas en verdwijnt zo goed als zeker in de bek van de karper als deze de boilie opzuigt. Gebruik voor deze montage een korte haarlijn die men door het oog van de haak haalt om vervolgens een boilie aan deze haarlijn te bevestigen. Vervolgens monteren we op de haak een kurk bolletje of een iso bolletje, zorg voor een niet al te dikke haak en het liefst een maatje vier voor het beste resultaat. Met de kurk of het iso bolletje geeft men de haak voldoende drijfvermogen om boven het aas te zweven.
Optimale beetindicatie…
Keiharde runs; de prik methode is synoniem voor; zelf haak methode (bolt rig). De karper zuigt het aas, dat op een dunne haarlijn is gemonteerd, met kracht naar binnen. De haak prikt dan ergens in de bek, dit geeft een schrik reactie waardoor de karper als een haas ervandoor gaat en zichzelf haakt.
Korte rukjes, zeker op overbevist water wordt karper een heel voorzichtige vis die zich niet meer als een wilde op het aas stort.
De gebruikte waker beweegt wel met korte rukjes op en neer, maar van een positieve aanbeet is geen sprake meer. Het perfect doorseinen van een karper aanbeet, is een samenspel van diverse elementen. Het afsteunen van de hengel, de klimwakers of swingers en de elektronische beetverklikkers zijn wat dit betreft bepalende factoren. Om karperhengels in alle omstandigheden honderd procent af te steunen, is een Rod Pod onmisbaar. Dit is een multie functionele opstelling waarmee je overal mee terechtkunt. Of de grond nu hard is, of bezaaid met stenen is, je kunt hem zo op de grond zetten. En dit alles is zo af te stellen, dat de hengels mooi recht liggen.
Particles, wonderaas voor karper !?
De laatste jaren horen we vrijwel niets anders dan het vissen op karper met boillies. De praktijk heeft echter wel uitgewezen dat ook boillies geen wonderaas zijn en er dagen, soms zelfs weken zijn dat karpers hun neus voor die gekookte ballen ophalen. Er is echter een categorie aas dat we gerust als een soort wonderaas voor de karper durven te bestempelen, namelijk particles. Hieronder worden allerlei soorten bonen, peulvruchten, zaden en noten verstaan. Wonderaas omdat er zoveel verschillen zijn in grootte, vorm, kleur, gewicht, smaak en geur zodat voor vrijwel elke situatie wel een geschikte particle te vinden is. Bovendien werken de meeste particles instant, d.w.z. dat een lange voercampagne zelden nodig is, kunnen dressuurdoorbrekend werken en zijn veel goedkoper dan boillies. Particals kunnen heel goed gebruikt worden in combinatie met boillies, bijv. om de voerplek wat meer volume te geven of als attractie voor allerlei vissoorten. Dit in de hoop weer karper aan te trekken, maar daadwerkelijk voeren en vissen met particles, met uitzondering van tijgernoten, wordt nog steeds weinig gedaan. Daar ligt een grote gemiste kans! Voeren en vissen met particles levert vaak veel karper op, zeker op wateren waar veel stereotiep met boillies wordt gevist, maar ook op wateren met veel natuurlijk voedsel waar mini-aas vaak eerder als voedsel wordt (h)erkend dan boillies. Ook in het voorjaar, net voor de paaitijd zijn karpers vaak veel eerder geneigd om particles te eten, terwijl ze boillies links laten liggen. Hoewel ze onderling erg verschillen, werken alle particles volgens hetzelfde principe; het massaal aanwezig zijn van zeer veel kleine aasjes op een vrij beperkt gebied. Particles hebben daardoor als groot voordeel dat ze karpers zeer lang op de voerstek kunnen houden, waardoor je meerdere karpers kort achter elkaar kunt haken mits er op de juiste manier gevist en gevoerd wordt. Bovendien is de bereiding van particles zeer eenvoudig.
Zijn er dan nadelen? Natuurlijk wel. Omdat de meeste particles klein en (na het weken en koken) niet zo hard zijn, trekken ze vaak ook allerlei andere vissoorten aan. Dat hoeft echter niet altijd het bezwaar te zijn; zien eten doet eten en karpers laten zich absoluut niet afschrikken door een school brasems! Particles zijn licht en daardoor moeilijk op afstand te krijgen. Bijvoeren met een katapult lukt meestal nog wel tot 20 meter, maar nog verder wordt een probleem. Met een zogenaamde baitdroper zijn grote afstanden mogelijk, maar waar toegestaan gaat met behulp van een bootje heel wat makkelijker. Een andere goede optie is om de particles door grondvoer te mengen en vervolgens deze met particles verzadigde voerballen op de stek te deponeren met een katapult of een werpschep zoals de Multi Baiter van Cobra.
Weken en koken: Droge particles moeten altijd eerst geweekt en gekookt worden, dit om te voorkomen dat ze opzwellen in de maag van een karper met alle kwalijke gevolgen van die en omdat sommige particles giftige stoffen bevatten die pas tijdens het koken verdwijnen. Bovendien komt de specifieke geur en smaak tijdens het koken naar boven en maakt de particle veel (eerder) aantrekkelijker voor de karper. Kort koken is een vereiste opdat er niet teveel voedingstoffen verloren gaan. Het weken, koken en bewaren kan het beste geschieden in hetzelfde water. Dus geen water verversen of afgieten! Let er wel op dat sommige particles veel water opzuigen en opzwellen. Om te voorkomen dat ze droog komen te staan, moet je ze dus onder voldoende water zetten. De meeste particles zijn op hun best wanneer ze 12 tot 24 uur in het kookvocht hebben gestaan, sommigen zelfs enkele dagen, denk aan tijgernoten en maïs. Wil je particles langer bewaren dan kun je ze heel goed invriezen na het koken, samen met wat kookvocht.
Geuren en kleuren: Het eventueel toevoegen van geur en smaak stoffen kan het beste gescheiden na het koken, alhoewel je een paar scheppen suiker al vaak tijdens het inweken toevoegt. Niet alle particles laten zich goed flavouren en/of kleuren. De particle die zich daar het beste voor leent is de kikkererwt(chick pea). Die laat zich uitstekend kleuren en met het toevoegen van een flavour kun je alle kanten op. Scopex, strawberry, maplecream, peanut zijn enkele goede voorbeelden. Voordeel van geflavourde particles is dat je ze langer kunt bewaren. De flavour werkt als een soort conservering. Naast suiker werkt het toevoegen van wat zout ook vaak heel erg goed. Er zijn enorm veel particles die gebruikt kunnen worden voor de karpervisserij. Karper is nu eenmaal een alleseter. We beperken ons in dit artikel tot die particles die makkelijk te verkrijgen zijn en hun waarde jaar in jaar uit bewezen hebben.
Maïs: Zoete zachte maïs uit blik, ook wel sweetcorn genoemd, is al tientallen jaren een zeer gerenommeerd karperaas. Werkt op elk water en karpers blijven ervan eten, mits er niet te veel mee wordt gevist, want dan kan de felgele kleur uiteindelijk negatief gaan werken. Geen probleem, tegenwoordig is er ook anders gekleurde maïs in blik te verkrijgen. Ander vissoorten als brasem, zeelt en voorn zijn er echter ook niet vies van. Zeer instant. Harde maïs is, mits goed bereid ook een uitstekend aas en kost bovendien een stuk minder. Vooral op de kanalen en rivieren een lokker van de bovenste plank. Liefst 24 uur laten weken en daarna 20-30 minuten koken en 1-2 dagen laten staan. Een paar schepen suiker verhoogt zeker de aantrekkingskracht.
Chick peas, ofwel kikkererwten: Een vrij grote en goed zichtbare erwt, met een uitgesproken geur en smaak. Toch kan het toevoegen van een flavour de aantrekkelijkheid zeker verhogen. Werkt vrij instant, zeker op wateren met een harde bodem. Omdat ze vrij zwaar en redelijk rond zijn, laten ze zich makkelijk wat verder wegschieten. Minimaal 8 uur weken en 10 minuten koken. Niet te lang in het water laten staan! Beter is om ze meteen na het koken in te vriezen.
Tijgernoten: De particle van de laatste jaren, en niet voor niets! Karpers zijn, wanneer ze er eenmaal aan gewend zijn, dol op deze knapperige en zeer smakelijke noten. Mede door zijn grillige vorm is het dressuurdoorbrekend. Werkt op vrijwel elk water maar heeft soms wel een langer tijd introductie nodig. Door z’n hardheid zeer witvisbestendig en daardoor geen particle waar massaal mee gevoerd dient te worden, wat wel zo prettig is gezien de prijs van deze particle. Minimaal 24 uur laten weken en 30-45 minuten koken. Zijn op hun best na 3-5 dagen in het kookvocht te hebben gestaan, wat dan slijmerig en dik is geworden. Toevoegen van enkele scheppen suiker tijdens het inweken is aan te raden. Tip: voer en vis ook eens met gebroken tijgernoten!
Hennep: Al tientallen jaren een bewezen lokker voor allerlei vissoorten. Karper is er dol op. Zo dol soms dat ze het haakaas totaal negeren. Oppassen dus! Minimaal 6 uur weken en even aan de kook brengen, zorgt ervoor dat de meeste zaadjes openspringen en het aanlokkelijke witte puntje naar buiten komt. Toevoegen van wat zout zorgt voor een nog donkerdere kleur.
Tarwe: Wat voor hennep geldt gaat ook op voor tarwe. Een goedkope maar zeer goede lokker, die vooral ook goed doet op groot water. Minimaal 8 uur weken en 10 minuten koken.
Bron: www.karpervissen.nl
Dé Karper
De echte originele karper wordt aangeduid met de naam gewone of schubkarper (Cyprinus carpio). Twee zeer duidelijk te onderscheiden variëteiten hiervan zijn de spiegelkarper en de lederkarper. Deze twee variëteiten en kruisingen ervan worden gewoonlijk aangeduid met de naam edelkarper. In Oost-Europa, waar men de karper zeer om zijn culinaire kwaliteiten weet te waarderen, is men met de kweek van deze snelgroeiende en goed in het vlees zittende variëteiten begonnen. De edelkarper groeit sneller en wordt groter dan zijn wilde soortgenoot de schubkarper.
|
De karperbek |
De schubkarper
Deze karper is goed te herkennen aan zijn grote schubben, zijn donkere olijfgroene rug en zijn bronzen glanzen. Zijn snuit is iets donkerder gekleurd en aan de bovenlip bevinden zich vier baarddraden. De bovenlip is als het ware uitschuifbaar en stelt de vis in staat om in de modder te snuffelen. D.m.v. de baarddraden en zijn velen miljoenen smaakpapillen in zijn bek filtreert hij de voor hem eetbare delen er tussen uit. De rest (wat voor hem niet eetbaar is) komt door de kieuwen weer naar buiten.
|
De schubkarper |
|
De boerenkarper |
De boerenkarper
Een echte wilde variant van de schubkarper is de boerenkarper. Deze twee soorten worden vaak door elkaar gehaald terwijl ze vrij gemakkelijk uit elkaar te houden zijn. De boerenkarper is in vergelijking met de schubkarper veel langer van postuur. Ook kenmerkt deze karpersoort zich door het bijzonder strijdlustig vechten onder de hengeltop. Over het algemeen worden boerenkarpers niet zo groot als hun andere soortgenoten.
|
De spiegelkarper
Een wat zeldzamer soort is de spiegelkarper. Deze spiegelkarper is bij uitstek een gekweekte soort en zoals reeds eerder vermeld in het Oosten van Europa gekweekt voor consumptie. De spiegelkarper dankt zijn naam aan zijn af en toe schubloze patroon. Hier en daar een paar grote schubben verspreid over het lichaam maar voor de rest niets. Deze karpersoort groeit in vergelijking met de schub- en boerenkarper velen malen sneller. De groei van een karper is echter afhankelijk van een aantal factoren, te weten: Temperatuur, leefgebied (voldoende ruimte), voedselaanbod van het water en gezondheid van de vis. Indien al deze bovengenoemde factoren gunstig zijn, dan kan deze karper uitgroeien tot fenomenale afmetingen en gewichten.
|
De spiegelkarper |
|
De leder- of naaktkarper |
De leder- of naaktkarper
Een variant die veel op de spiegelkarper lijkt is de lederkarper. Deze karpersoort heeft in tegenstelling tot de spiegelkarper alleen op de rug en bij de staartwortel een klein aantal schubben. Voor de rest heeft deze variant helemaal geen schubben. Om niet helemaal onbeschermd te zijn bezit deze karpersoort over een behoorlijk dikke huid. Dit is dan ook de reden waarom men deze karper ook wel lederkarper noemt.
|
De rijenkarper
De rijenkarper lijkt in kleur en vorm veel op de spiegelkarper, met dit verschil dat de grote schubben nu netjes in één rij over de zijlijn van de vis staan.
|

De rijenkarper |
Natuurlijk voedsel
Het is verwonderlijk dat karpers zich bij voorkeur voeden met mini-voedsel, zoals bijvoorbeeld bloedwormpjes, algen, larven, slakjes, kleine insecten, zoetwater kreeften en garnalen enz. enz. Ook jonge waterplanten, wier en wat er verder nog aan groenvoer in het water zweeft of hangt , staan op het menu van onze vriend de karper.
Keeltanden
Zoals u zojuist heeft kunnen lezen, staat bij de karper ook hard aas op het menu zoals kreeftjes en slakjes. De behuizing van deze lekkernijen kraakt de karper met zijn zogenaamde keeltanden. Deze keeltanden zien er niet uit als echte tanden maar zijn harde platte plaatjes waartussen de karper het harde aas fijn maalt.
Gedragingen van de karper
Het liefst zou iedere karpervisser zijn geschubde vriend iedere maand van het jaar met evenveel succes te lijf gaan. Helaas doet de karper ook nog wel eens iets waar hij zelf zin in heeft en dit is mede afhankelijk van het weertype en temperatuur. Hieronder vind u een overzichtje waar ik denk dat de karper zoal het hele jaar mee bezig is en enige tips om ze te vangen.
Januari/Februari
Dit is een moeilijke tijd om karper te vangen, ze eten namelijk nauwelijks, ze bevinden zich in de diepere gedeeltes van het water. Op zonnige dagen en wanneer de temperatuur boven nul is, zul je zien dat je meer succes boekt.
Maart/April
De watertemperatuur stijgt langzaam, dus de karper wordt actiever in zijn azen naar voedsel, maar voer niet te veel, zolang de watertemperatuur onder de tien graden is. Dit is natuurlijk afhankelijk waar je vist. Het voeren op een kanaal of op een plas verschilt nogal, probeer wat uit en kijk waar de vis sneller op reageert.
Mei/Juni
De watertemperatuur blijft stijgen en dit betekent dat de karper actiever wordt. Dit wordt over het algemeen als de beste tijd beschouwd voor het vangen van karper, nu wordt dan ook aangeraden om veel te voeren.
Juli/Augustus
Rond deze tijd van het jaar gaan de karpers zich alvast voorbereiden voor de winter, ze gaan veel grazen en ook veel eten, een voordeel is dan ook dat je in deze tijd vooral de zware jongens kan vangen.
September/Oktober
Langzaam zakt de watertemperatuur en de karper gaat minder eten, boilies met een niet zoete flavour doen het dan ook het beste rond deze tijd.
November/December
De karpers zoeken in deze tijd een plaats om de winter door te brengen. Dit betekent natuurlijk niet dat het vissen voorbij is, alleen zul je ze wat moeilijker vangen
PAGE UP.
|