Karpervissen voor beginners

Karpervissen voor beginners

U kunt nergens anders meer over praten en 's nachts droomt u van heldhaftige gevechten met monsterkarpers? U bladert elk hengelsportmagazine door op zoek naar karperverhalen (en slaat de rest gewoon over) en u koopt elk karperboek dat u maar kunt vinden? In de hengelsportwinkel luistert u vol ontzag naar de verhalen van karpervissers en bewondert u de foto's van gigantische karpers die op het prikbord hangen? Als u uzelf hierin herkent, dan bent u behept met het karpervirus. Het is een hardnekkig, maar relatief onschuldig virus.

k2

Voor het zover is, heeft u waarschijnlijk al eens, al dan niet per ongeluk, een karper gehaakt of gevangen. Plotseling voelt u een onbedwingbare behoefte om meer karpers te vangen. En als dat een beetje lukt, groeit het verlangen om eens een grote te vangen. Als u naar uw hengelsportwinkelier gaat (vol met vragen) om het benodigde materiaal, voer en aas aan te schaffen, loopt u echter het risico dat de moed u in de schoenen zakt. Sinds de karpervisserij, in de jaren negentig, door de uitvinding van de boilie met de bijbehorende zelfhaaksystemen (Ik kom hier straks op terug), een ware revolutie meemaakte, zijn er zoveel karpervisartikelen op de markt gekomen, dat u door de bomen het bos niet meer ziet. Het lijkt wel alsof je eerst voor een maandsalaris aan spullen nodig hebt om ook maar een kansje te maken ooit eens een (grote) karper te vangen. Laat ik u gerust stellen... Met een beperkte uitrusting kunt u ook, op velerlei manieren karper vangen. Laat u ook niet intimideren door de verhalen van cracks die bijna in geheimtaal praten (liefst doorspekt met veel buitenlandse termen) over twintig-, dertig, ja zelfs veertigponders alsof het niks is. Zo ingewikkeld is het helemaal niet en het is ook niet zo dat alleen het formaat van de karper belangrijk is. Geniet alstublieft ook van het buiten zijn, de rust en de natuur. Begin eenvoudig en respecteer elke karper die u vangt. Zo moeilijk is dat niet, want zelfs de kleinste karper levert strijd van de bovenste plank. Makkelijker gezegd dan gedaan, hoor ik u zeggen. Hoe doe ik dat dan en wat dien ik daarvoor minimaal aan te schaffen? Welnu, daarover gaat dit artikel!

Als u begint met karpervissen, stuit u al snel op het fenomeen boilies. U bent hier misschien hartstikke nieuwsgierig naar, want als u de verhalen moet geloven, is een boilie een wonderaas. Toch is dat maar ten dele waar. Een boilie niets meer dan een hardgekookt deegballetje, al dan niet voorzien van een kleurtje en een geurtje. Het voordeel van een boilie is:

1. dat deze, bij het ingooien, niet van de haak vliegt (en dus verre worpen mogelijk maakt),

2. dat witvissoorten zoals brasem er niets mee kunnen aanvangen (te hard) en hem links laat liggen, waardoor u a. selectief op karper kunt vissen én b. voercampagnes kunt houden. 

Omdat een boilie te hard is om er een haak in te steken of de haak er, bij een aanbeet, uit te slaan, wordt de boilie aan een dun lijntje (de "hair") naast of onder de karperhaak gehangen. Als een karper de boilie naar binnen zuigt, belandt de blote en vlijmscherpe haak ook in zijn bek. Een stuk wartellood van ongeveer 70 gram zorgt ervoor dat de karper niet weg kan zwemmen zonder zichzelf te prikken. Als de karper zich heeft geprikt, schiet hij weg en haakt hij zichzelf. Wat u hiervan merkt? Tot het moment dat de karper zichzelf prikt helemaal niets. Daarna is het alle hens aan dek, want de lijn wordt namelijk in hoog tempo van de spoel getrokken. Karpervissers spreken dan niet van een beet, maar van een "run". Het geduldig afwachten is voorbij, uw hart slaat drie keer over en u krijgt een adrenalinestoot van hier tot Tokio. Het is een kick, die lijdt tot verslaving...

Enkel voordelen dus? Nee! Hét grote nadeel van een boilie is:

1. dat deze door het koken minder aantrekkelijk wordt voor een karper. Die vindt een paar zoete maïskorrels, een broodpluim of een zacht gekookt aardappeltje namelijk veel lekkerder! Daar vloeit het tweede nadeel uit voort, namelijk:

2. dat u de karper eerst aan boilies moet laten wennen door (dagenlang) vooraf te voeren. Wie dus een water weet waar veel karper zit en de kans dus groot is dat een karper op een gegeven ogenblik uw stek zal aandoen, kunt u dus veel beter gewoon met zoete maïs uit blik, een broodvlok of een gekookt aardappeltje vissen. U krijgt ongetwijfeld eerder beet! Aanwezige witvis kan spelbreker zijn door het voer en het aas op te eten. Af en toe een beetje bijvoeren en het aas controleren is dan het devies. Meestal worden deze aassoorten gewoon onder een dobbertje aangeboden. 

Voor écht grote karpers dient u in groter water te vissen, zoals plassen, rivieren en kanalen. Er zitten er (veel) minder, maar de exemplaren die er rondzwemmen zijn meestal een stuk groter. Gevolg is wel dat het uren, ja zelfs dagen kan duren voordat een karper uw voer en aas vindt. Bovendien azen de karpers in deze watertypen meestal 's nachts. Hier heeft u dus veel meer aan een boilie. Het bijbehorende zelfhaaksysteem (bolt-rig) zorgt er namelijk voor dat u niet uren of dagen (nachten...) naar een roerloos dobbertje hoeft te staren. Dat houdt niemand vol. U legt uw hengel(s) gewoon in een elektronische beetverklikker, die u waarschuwt als u een "run" heeft. Met een luid geluidssignaal. Hierdoor is het zelfs mogelijk dat u 's nachts lekker kunt slapen in een tentje (in jargon "bivvy" genaamd).

k2

Als u op een verjaardagsfeestje vertelt dat u op karper vist, zal er ongetwijfeld iemand reageren met de opmerking dat hij (of zij, die kans is groter) het staren naar een dobbertje maar saai vindt. Als u dan antwoordt dat er geen dobber aan te pas komt, maar dat u met elektronische beetverklikkers vist, zult u op ongeloof stuiten. Vooral als u er ook nog eens bij vertelt dat u 's nachts gewoon achter uw hengels ligt te slapen. Doe er nog een schepje bovenop en begin over boilies en je wordt aangekeken alsof je van een andere planeet komt! Ik hou tegenwoordig wijselijk mijn mond. Voor deze leken bent u namelijk al een ware specialist. Zo snel gaat dat...

Het verschil tussen dobbervissen (door karpervissers "penvissen" genaamd) met zachte aassoorten en bodemvissen met boilies (70 gram lood drijft namelijk niet, maar gaat als een raket naar de bodem) zal u duidelijk zijn. En ook welke voor- en nadelen er aan deze twee totaal verschillende aassoorten kleven. Maar hoe vis je eigenlijk met een dobber ("pennetje")? Of met een boilie?

Omdat een karper een sterke vis is, die gemakkelijk een nylon lijntje breekt, vist u met een werphengel met daarop een werpmolen. Niet omdat u altijd ver moet werpen, maar omdat een werpmolen een slip heeft. Dit mechanisme zorgt ervoor dat de vis lijn kan nemen op het moment dat deze wordt overbelast en dreigt te breken.

k2

Penkarpervissen
Een karperhengel voor het penvissen mag niet te stug zijn, omdat u anders gemakkelijk het aas van de haak werpt. Maar ook omdat u met een licht pennetje met zacht aas nooit ver kunt werpen. Met een pennetje vist u dus altijd relatief dichtbij. Als u op korte afstand een karper haakt, staat er zodoende ook maar weinig nylon lijn uit. Het weinige beetje rek in de korte nylon lijn vangt amper schokken op. Dat is de taak van de hengel. Vist u nu met een stugge hengel, is de kans groot dat de haak losschiet of zelfs het lijntje breekt. Een logische vraag zou zijn of u dan niet beter met een dikkere (lees: sterkere) lijn kunt vissen. Dat kan natuurlijk, maar u moet zich realiseren dat u daarmee minder subtiel vist. En hoe minder subtiel u vist, hoe minder aanbeten u mag verwachten. Gebruik daarom een karperhengel met een "parabolische" buiging. Een dergelijke hengel buigt gelijkmatig, over de gehele lengte. De testcurve geeft aan hoe soepel een hengel is. Voor het penvissen kiest u voor een testcurve tussen de 1½ en de 2 lbs. Afhankelijk van het aantal obstakels. Is het water obstakelvrij? Gebruik dan een 1½ lbs hengel en spoel 0,25 millimeter nylon op uw molen. Een haak maatje 4 is niet te groot en niet te klein. Zijn er wel obstakels, kies dan voor een 2 lbs karperhengel en gebruik nylon met een diameter van 0,30 millimeter. Omdat u af en toe kracht moet zetten om een vis van de obstakels weg te houden, doet u er verstandig aan de haak één maatje groter (maatje 2) te kiezen. Omdat deze iets meer vlees pakt.

k2

Boilievissen
Omdat boilies vrij hard zijn, gooit u ze niet snel van de haak (of eigenlijk de van de "hair"). U kunt dus eigenlijk zo ver vissen als u kunt werpen. Soms is dat handig, want de karper zit niet altijd onder de kant. Om ver te kunnen werpen heeft een een iets stuggere hengel nodig. Met een tikkeltje "topactie". Dat wil zeggen dat de hengel, als hij belast wordt, vooral in de top buigt (en niet gelijkmatig over de gehele lengte, zoals bij  een penkarperhengel). Kies voor een karperhengel met en testcurve tussen de 2 en de 2½ lbs. Zwaarder mag, maar dan buigt de hengel amper meer en beleeft u weinig plezier aan het "drillen" (afmatten) van een karper. Met dergelijke karperhengels is het ook geen probleem om het wartellood van ongeveer 70 gram ver weg te werpen. U mag natuurlijk lichter lood gebruiken, maar dan verkleint u de kans dat de karper zichzelf haakt. Bij het boilievissen is het vooral belangrijk dat u zwaar lood ver kunt werpen. Bij penvissen is het, zoals gezegd, vooral belangrijk dat de hengel de schokken van een wegvluchtende vis opvangt. Is dat opvangen van klappen bij een karperhengel voor het boilievissen dan niet belangrijk? Natuurlijk wél, maar omdat er veel nylon lijn uitstaat, zit er ook veel rek in de uitstaande lijn. En die vangt de ergste klappen op. Tegen de tijd dat u de vis bij de kant heeft, is de karper al grotendeels moe gestreden. Bij het boilievissen worden dikkere lijnen (meestal 0,35 millimeter) gebruikt. De subtiliteit zit hem in de speciale onderlijn ("hair-rig" genaamd). Deze kunt u kant en klaar kopen of zelf knopen. Ze zijn meestal 20 tot 30 centimeter lang, worden gemaakt van soepele, gevlochten lijn en zijn voorzien van een haak maatje 2, 4 of 6 (met hair) en een wartel.

Baitrunners
Voor het karpervissen volstaat een "gewone" werpmolen. Het belangrijkste is dat hij soepel draait (wel zo fijn) en de slip goed werkt (dus zonder horten of stoten). Er moet minimaal 100 meter 0,30 millimeter op kunnen. Werpmolens voor het boilievissen zijn doorgaans iets groter. Omdat er dikkere lijn op gaat én omdat je met een werpmolen met een grote spoel verder kunt werpen. Onder boilievissers zijn vooral werpmolens van het type "baitrunner" erg populair. Dit type werpmolen heeft een dubbele slip. Eéntje voor het drillen van de vis (de gevechtsslip) en eentje voor het gecontroleerd lijn geven. Bij de betere modellen, schiet de molen automatisch van de vrijloopslip in de gevechtsslip op het moment dat je aan de slinger draait. Albatros voert werpmolens in het assortiment die volgens dit principe werken onder de naam Tica Sportera Hit and Run.

k2

Korstvissen
Tenslotte is er nog het korstvissen op karper. Dat is misschien wel de mooiste manier van karpervissen. Als het mooi rustig en warm weer is,  zwemmen de karpers vaak hoog. Een drijvende broodkorst wordt meestal genegeerd (helaas), maar af en toe zie je er toch eentje voorzichtig de korst naar binnen slurpen. Prachtig! Let echter op! Beginnelingen kunnen vaak hun zenuwen niet de baas en slaan... te vroeg! Wacht rustig tot de karper zich weer iets heeft laten zakken en je de lijn ziet lopen. Sla nu rustig aan. Het spreekt voor zich dat je bij deze visserij onopvallend te werk dient te gaan. Beweeg zo min mogelijk en hou je laag.

k2

Materiaaltips
Dan volgen nog enkele materiaaltips. Kies uw schepnet niet te klein. U zult niet de eerste zijn die een karper verspeelt omdat de vis niet goed in het net paste. Leg een gevangen vis niet in het zand, maar op een onthakingsmat. Op die manier beschadigt zijn slijmlaag niet en zal hij geen infecties oplopen. Als u 's nachts een karper vangt en u wilt deze bij daglicht fotograferen, kunt u de vis tot de volgende ochtend in een speciale karperbewaarzak in het water hangen. Stop niet meer dan één karper in een bewaarzak, anders beschadigen de vissen elkaar! Het spreekt voor zich dat u een karper voorzichtig terugzet.

k2

Voor het bevestigen van een boilie op een hair heeft u een speciale boilienaald nodig. Steek de naald door de boilie (tekening A + B), hang het lusje van de hair in het weerhaakje (op de punt van de naald) en trek vervolgens de hair door de boilie (tekening C + D). Om te voorkomen dat de boilie bij het inwerpen van de hair glijdt, steekt u een boiliestoppertje door het lusje en schuift u de boilie daar tegenaan (E). Klaar is Kees! 

Bron: Albatros

PAGE UP